Situationeel leiderschap in de praktijk: sturen of loslaten?

Leiderschap in de huisartsenpraktijk is geen vanzelfsprekendheid. Praktijkhouders, praktijkmanagers en coördinerend assistenten vervullen steeds vaker een aansturende rol, maar voelen zich daarin niet altijd zeker. Leidinggeven aan collega’s voelt anders dan aan patiënten — zeker in een informele cultuur en met krapte op de arbeidsmarkt. Situationeel leiderschap biedt houvast: het helpt je afstemmen op wat een teamlid nodig heeft, per taak en per moment. In deze blog lees je hoe je schakelt tussen sturen en loslaten, en welke valkuilen en reflecties horen bij leiderschap in de dagelijkse praktijk.

Voor huisartsen, praktijkmanagers en coördinerend assistenten die verantwoordelijkheid dragen én willen blijven verbinden.

In de huisartsenpraktijk is leiderschap geen luxe maar noodzaak. Of je nu praktijkhouder bent, praktijkmanager of coördinerend assistente: vroeg of laat komt de vraag “Hoe stuur ik mijn team het beste aan?” op je pad.

Een van de best toepasbare leiderschapsstijlen in de eerstelijnszorg is situationeel leiderschap. Maar hoe werkt dat in de dagelijkse praktijk? Wanneer kies je voor duidelijke sturing, en wanneer kun je beter loslaten en vertrouwen? Daar gaat dit artikel over.

Voor huisartsen, praktijkmanagers en coördinerend assistenten die verantwoordelijkheid dragen én willen blijven verbinden.

In de huisartsenpraktijk is leiderschap geen luxe maar noodzaak. Of je nu praktijkhouder bent, praktijkmanager of coördinerend assistente: vroeg of laat komt de vraag “Hoe stuur ik mijn team het beste aan?” op je pad.

Een van de best toepasbare leiderschapsstijlen in de eerstelijnszorg is situationeel leiderschap. Maar hoe werkt dat in de dagelijkse praktijk? Wanneer kies je voor duidelijke sturing, en wanneer kun je beter loslaten en vertrouwen? Daar gaat dit artikel over.

Goed in de zorg, maar geen baas willen zijn

Veel praktijkhouders zeggen: “Daar heb ik niet voor geleerd.” En dat klopt. De huisartsenopleiding richt zich op patiëntenzorg, niet op personeel, praktijkvoering of leiderschap. Toch staat de praktijkhouder als werkgever formeel aan het roer van het team. Daar wringt het soms: de een voelt zich niet thuis in een leidersrol, de ander wil wel richting geven maar weet niet goed hoe.

Tegelijk krijgen steeds meer praktijkmanagers en coördinerend assistenten een trekkende of aansturende rol. Zij zijn aanspreekpunt, regelen processen en geven vorm aan de dagelijkse gang van zaken. Hun verantwoordelijkheid is gedelegeerd, maar in de praktijk dragen zij vaak de eerste lijn van het leiderschap. Dat brengt voor iedereen herkenbare spanningen mee:

  • Collega of leidinggevende? Je werkt als gelijke samen in het team, maar wordt ook geacht te organiseren, aan te spreken en beslissingen te nemen.
  • Geen hiërarchie voelen, maar die is er wel. De cultuur in de huisartsenpraktijk is informeel. Toch verwachten collega’s richting, structuur en duidelijkheid van degene in een coördinerende rol.
  • Teamleden zien meer dan je denkt. Assistenten signaleren feilloos wanneer leiderschap uitblijft. Geen positie innemen leidt net zo goed tot onrust als te strak sturen.

Leidinggeven aan collega's voelt anders dan aan patiënten

In de spreekkamer gaat het vanzelf: je neemt verantwoordelijkheid, stelt grenzen en geeft richting. Bij collega’s voelt dat ineens persoonlijker. Je kent elkaar, hebt samen gelachen en samen gestoeid met de werkdruk. Je wilt de band goed houden.

Daar komt de angst bij om mensen kwijt te raken. De arbeidsmarkt is krap en een vacature is moeilijk te vullen. Dus wordt het nóg spannender om iemand aan te spreken, grenzen te stellen of een besluit door te voeren.

Leidinggeven betekent niet dat je erboven staat, maar dat je binnen jouw rol verantwoordelijkheid neemt voor het functioneren van het geheel. Dat vraagt om zichtbaar leiderschap, afgestemd op het team, de taak en jezelf.

Valkuilen in de praktijk

Professionals in de huisartsenpraktijk zijn vaak sterk in relatiegericht gedrag: luisteren, afstemmen, verbinden. Die kwaliteiten maken je een goede zorgverlener en collega. In een coördinerende of leidinggevende rol worden ze valkuilen zodra de balans met taakgerichtheid zoek raakt:

  • Te veel relatiegerichtheid. Lastige gesprekken worden uitgesteld of vermeden om de sfeer te bewaren.
  • Autonomie verwarren met vrijblijvendheid. Ruimte geven zonder kaders leidt tot onduidelijkheid of ongelijkheid.
  • Beslissen op gevoel of ad hoc. Zonder duidelijke afspraken of proces blijven verwachtingen impliciet.
  • Leiderschap “erbij” doen. De praktijkorganisatie vraagt een eigen rol met eigen tijd, niet iets voor tussendoor.

De dubbelrol van collega én coördinator of leidinggevende is reëel. Wie die niet onder ogen ziet, merkt dat iemand anders de regie neemt, of dat er onrust ontstaat.

Reflectievraag

Hoe verschillend ben jij als zorgverlener en als leider?

Denk terug aan een situatie waarin je een patiënt hielp of een collega ondersteunde: je gaf structuur, stelde grenzen en toonde empathie. Vergelijk dat met een moment waarop je een teamlid moest aanspreken of begeleiden.

  • Wat deed je toen anders?
  • Waar zit jouw natuurlijke leiderschapsstijl, en waar mag je oefenen?
  • Voelde het anders omdat je een band hebt met je collega, of omdat je bang was voor weerstand?

De oplossing: situationeel leiderschap

Je hoeft geen “natuurlijk leider” te zijn om effectief leiding te geven, en je hoeft ook geen vaste stijl aan te leren. Situationeel leiderschap geeft je juist de vrijheid om te variëren, afgestemd op wat een medewerker nodig heeft: per taak en per moment. Het model werkt langs twee assen:

  • Taakgerichtheid: structuur bieden, instrueren, duidelijke verwachtingen uitspreken.
  • Relatiegerichtheid: motiveren, luisteren, ondersteunen.

Afhankelijk van de situatie kies je een van vier stijlen:

StijlTaakgerichtRelatiegerichtWanneer
InstruerenhooglaagDe medewerker is nog onbekwaam in deze taak en onzeker of onervaren.
BegeleidenhooghoogDe medewerker is gemotiveerd, maar nog onervaren.
OndersteunenlaaghoogDe medewerker is bekwaam, maar onzeker of tijdelijk uit balans.
DelegerenlaaglaagDe medewerker is bekwaam én gemotiveerd.

Let op: ervaring is taakspecifiek. Een assistente met vijftien jaar ervaring in triage kan zich onzeker voelen in een nieuw HIS. Kies je stijl dus op basis van de taak, niet op basis van dienstjaren.

Zo werkt het in de praktijk

Voorbeeld 1

De ervaren assistente met een nieuwe taak

Ze werkt al jaren zelfstandig en professioneel, maar is nog onwennig met het nieuwe HIS. Hier past een instruerende of begeleidende stijl: duidelijkheid, stapsgewijze uitleg en ruimte om te oefenen.

Voorbeeld 2

De praktijkmanager die je kunt loslaten

Zij is verantwoordelijk voor planning en processen en heeft veel ervaring. Hier past een delegerende stijl: ruimte geven en op afstand betrokken blijven.

Voorbeeld 3

De collega die tijdelijk overbelast is

Iemand die normaal goed functioneert, maar even uit balans is. Hier helpt een ondersteunende stijl: meedenken, ruimte bieden en samen prioriteren.

Tot slot: leiderschap is schakelen

Leiderschap in de huisartsenpraktijk gaat niet over hiërarchie, maar over afstemmen op mensen én taken. Het gaat om herkennen wat er op dat moment nodig is, en om de bereidheid om van stijl te wisselen. Soms is dat sturen, soms loslaten. Altijd is het: bewust kiezen. Situationeel leiderschap geeft je de taal, het kader en de flexibiliteit om dat professioneel en met vertrouwen te doen.

Verder aan de slag

Leiderschap in jouw praktijk

Heb je vragen over situationeel leiderschap, of wil je leren hoe je het goed toepast? Stuur een bericht of plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Wil je eerst zelf verder? Twee hulpmiddelen:

  • Gratis Teamcheck: zeven reflectievragen om samen stil te staan bij werkplezier en veerkracht in jullie praktijk.
  • Boek Prettig samenwerken in de huisartsenpraktijk: voor iedereen met een aansturende rol, met een uitgebreid hoofdstuk over situationeel leiderschap en thema’s als communicatie, cultuur, feedback en conflicthantering.

Dit artikel delen

LinkedIn
WhatsApp
Email
Over de schrijver

drs. Ira Janssens-Verheugen

Arbeids- en organisatiepsycholoog NIP en coach voor huisartsen en hun teams. Vanuit Praktijk Glansreijk in Best begeleid ik praktijkhouders, teams en zorgprofessionals bij samenwerking, werkdruk en persoonlijke ontwikkeling. Herken je iets uit dit artikel? Ik denk graag met je mee.

Verder lezen

Meer artikelen over dit onderwerp