In deze blog lees je hoe je als zorgprofessional met vijf praktische gewoontes meer balans kunt houden in een volle werkweek. Je ontdekt hoe je je dag bewust start, herstelmomenten plant, grenzen stelt in gesprekken, voorkomt dat alles op jouw bord belandt en hoe je met een korte evaluatie leert zonder jezelf te veroordelen.

Kleine gewoontes die een groot verschil maken in een volle werkweek.

In de zorg geef je veel. Je werkt hard, schakelt snel en houdt ondertussen de boel draaiend. Maar hoe houd je jezelf draaiend? Balans is niet iets wat je pas op vakantie of in een weekend hoeft te zoeken. Juist tijdens je werkweek kun je kleine momenten inbouwen die helpen om de regie te houden over je energie, je agenda en je grenzen. Vijf praktische tips, zonder dat je je hele werkstructuur hoeft om te gooien.

Tip 1: begin de dag met een korte check-in

Een check-in klinkt misschien zacht, maar het is een krachtig moment om je werkdag met richting te starten. Niet door te denken “hoe houd ik alles in de hand?”, maar door bewust te kiezen: waar ligt vandaag mijn invloed en wat kan ik loslaten? Zo verleg je je aandacht van controle (waar je vaak op stukloopt) naar invloed (waar je op kunt bouwen).

Start je werkdag met twee tot drie minuten stilstaan. Niet met een to-dolijst, maar met twee vragen:

  • Waar kan ik vandaag maximaal invloed uitoefenen? Een goed voorbereid consult, een duidelijk overlegmoment, of een geplande pauze die je bewaakt.
  • Wat kan ik vandaag loslaten? Bijvoorbeeld: checken of een patiënt je uitleg begrepen heeft, zodat je het daarna los kunt laten. Dat is iets anders dan blijven rondlopen met de verantwoordelijkheid voor wat die patiënt er thuis mee doet.

Let op een bekende valkuil: zeg niet tegen jezelf “ik ben nu eenmaal een perfectionist” of “ik houd graag de controle”. Het klinkt alsof je jezelf goed kent, maar vaak betekent het dat je meer verantwoordelijkheid op je neemt dan nodig is. Door je te richten op invloed in plaats van controle blijf je betrokken zonder jezelf op te branden.

Tip 2: plan je herstelmomenten bewust in

Pauzes zijn belangrijk, dat weten we allemaal. Maar in de praktijk schieten ze er snel bij in. Laat je herstelmomenten daarom niet op goed geluk ontstaan, maar plan ze, net als een consult of overleg: een paar minuten frisse lucht, even loskomen van je scherm, een korte ademhalingsoefening, een kop koffie zonder werkgedachten. Zet ze in je agenda, of spreek met een collega af dat jullie elkaar eraan herinneren. Het hoeft niet groots, maar wel bewust.

Uit de praktijk

De koffiepauze als afspraak

Een POH merkte dat ze haar koffiepauze standaard oversloeg: “even snel” rapportages afmaken, alvast het volgende dossier inkijken. Aan het eind van de dag voelde ze zich overprikkeld en moe. Na een gesprek in het team besloot ze haar pauze net zo serieus te nemen als een afspraak met een patiënt. Ze blokte hem in haar agenda, ging naar de koffieruimte en liet haar laptop dicht. “Het voelt gek om niks te doen, maar ik merk dat ik daarna weer echt aandacht heb voor het volgende gesprek.” Pauze is geen luxe, maar onderdeel van goed kunnen blijven zorgen, ook voor jezelf.

Tip 3: voorkom overbelasting met één simpele zin

Als je merkt dat alles op je bord belandt, stel jezelf dan de vraag “Moet ik dit nu doen?” en leg de klemtoon telkens anders:

  • Moét ik dit nu doen? Is het echt noodzakelijk?
  • Moet ík dit nu doen? Of hoort het bij iemand anders?
  • Moet ik dít nu doen? Of is er een lichtere manier?
  • Moet ik dit nú doen? Of kan het ook later?
  • Moet ik dit nu doen? Of is afstemmen of opschrijven voldoende?

Maak er een gewoonte van, ook op gewone dagen, zodat je leert onderscheiden wat echt bij jou hoort. De vervolgvraag: is dit mijn verantwoordelijkheid, of is het iets van de ander of van het systeem? Je hoeft niet alles te dragen wat je tegenkomt.

Uit de praktijk

"Even snel" is niet altijd nodig

Een huisarts krijgt via de assistente het verzoek om “even snel” een formulier te tekenen voor een patiënt die net op consult is geweest. Haar spreekuur loopt al uit. Ze is geneigd snel ja te zeggen, maar staat even stil: moet ík dit nu doen? Is dit mijn verantwoordelijkheid, of iets van de ander of van het systeem?

Het formulier is niet urgent, de assistente kan het grotendeels voorbereiden en het past nu niet in de planning. Ze tekent het aan het eind van de dag en vraagt de assistente het alvast klaar te leggen met de gegevens ingevuld. De taak blijft liggen, maar niet op haar bord en niet op dat moment. Resultaat: regie, overzicht en minder mentale ruis.

Tip 4: begrens gesprekken met de R.O.L.-structuur

Sommige patiënten komen met een hele lijst klachten in één consult. Je wilt helpen, maar alles nu bespreken lukt niet. Je raakt opgejaagd of gaat over je grens. Gebruik dan de R.O.L.-structuur: Reden, Opdracht, Limiet.

  • Reden: leg uit waarom je begrenst. “We hebben beperkte tijd, en ik wil dat we het belangrijkste goed kunnen bespreken.”
  • Opdracht: bied focus, geef keuze. “Daarom stel ik voor dat we vandaag één klacht goed uitwerken. Wat wilt u als eerste bespreken?”
  • Limiet: maak duidelijk dat de rest op een later moment hoort en geef het initiatief aan de patiënt. “Voor de andere klachten kunt u het beste een nieuwe afspraak maken.”
Uit de praktijk

R.O.L. in het consult

Patiënt: “Ik heb last van mijn schouder, mijn maag doet raar en ik wil ook dat u naar mijn moedervlek kijkt.”

Zorgprofessional: “We hebben beperkte tijd, en ik wil graag dat u goed geholpen wordt (reden). Daarom stel ik voor dat we vandaag één klacht goed bespreken. Welke vindt u het belangrijkst? (opdracht) Voor de andere klachten kunt u een nieuwe afspraak maken, dan hebben we daar ook echt tijd voor (limiet).”

Let op: houd je ook zelf aan de afspraak. Komt de patiënt alsnog terug op een ander punt, verwijs dan vriendelijk naar het afgesproken focuspunt.

Tip 5: sluit je werkdag af met een mini-evaluatie

Een korte, bewuste afronding van je dag maakt de werkdruk lichter en helpt je om te blijven leren zonder jezelf te veroordelen. Gebruik de PDCA-vragen:

  • Plan: wat had je jezelf vandaag voorgenomen?
  • Do: is dat gelukt?
  • Check: wat ging goed, waar liep je energie weg?
  • Act: wat doe je de volgende keer anders?

Deze evaluatie is niet bedoeld om jezelf op je kop te geven. Het gaat niet om falen, maar om leren. Stel je nieuwsgierig op: wat merkte ik vandaag, wat wil ik een volgende keer proberen? Een voorbeeld: “Ik wilde tussen twee overleggen een korte wandeling maken. Dat lukte niet omdat er iets tussenkwam. Volgende keer plan ik het eerder op de dag.” Zo wordt reflecteren lichter en train je jezelf om te herkennen, aan te passen en verder te gaan, zonder oordeel.

Verder aan de slag

Meer rust en werkplezier in de huisartsenpraktijk

Heb je vragen over de tips of wil je persoonlijke begeleiding hierbij? Stuur een bericht of plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Zelf verder?

Dit artikel delen

LinkedIn
WhatsApp
Email
Over de schrijver

drs. Ira Janssens-Verheugen

Arbeids- en organisatiepsycholoog NIP en coach voor huisartsen en hun teams. Vanuit Praktijk Glansreijk in Best begeleid ik praktijkhouders, teams en zorgprofessionals bij samenwerking, werkdruk en persoonlijke ontwikkeling. Herken je iets uit dit artikel? Ik denk graag met je mee.

Verder lezen

Meer artikelen over dit onderwerp